januari 2011

Jolande Sap, een aanwinst voor de Nederlandse politiek waar het populisme steeds verder oprukt!

Na een tumultueuze week, besloot de Tweede Kamer in de nacht van donderdag op vrijdag tot een politietrainingsmissie naar de provincie Kunduz in Afghanistan. VVD, CDA, SGP, ChristenUnie, D66 en GroenLinks steunden de missie, dus – met de tegenstem van  Ineke van Gent – een krappe meerderheid van 78 stemmen vóór. Jolande Sap, die op 17 december Femke Halsema opvolgde als fractievoorzitter van Groen Links, heeft een knap staaltje leiderschap getoond.

Tijdens het debat afgelopen donderdagnacht werd op twitter volop gediscussieerd over het draagvlak in de Nederlandse samenleving voor deze missie. De partijen vóór de missie zouden onvoldoende naar het volk luisteren, omdat uit een peiling van Maurice de Hond zou blijken dat een meerderheid van de Nederland  tegen de missie zou zijn. Gelukkig wordt ons land niet geregeerd door Maurice de Hond en zijn peilingen.

We hebben in Nederland, net als in de meeste westerse landen, een representatieve democratie. Eens in de vier jaar kiezen wij 150 kamerleden die ons vertegenwoordigen, de regering controleren en de wetgevende macht vormen. Het zou immers lastig zijn om dagelijks een referendum te houden waarbij alle kiesgerechtigde Nederlanders belangrijke en minder belangrijke besluiten zouden moeten nemen over hoe ons land te organiseren. Iedereen zou zich in elk onderwerp moeten verdiepen. Bovendien is het lastig om compromissen te sluiten met 12,5 miljoen stemmers.

De 150 kamerleden zijn gekandideerd door Politieke Partijen, die een bepaalde politieke stroming vertegenwoordigen. Sommige baseren hun besluiten op het socialisme (we moeten zorgen voor elkaar, de staat is er om de zwakkeren te beschermen), anderen op het liberalisme (ieder individu heeft recht op zelfbeschikking, de staat is er alleen voor die zaken die individuen niet zelf kunnen regelen), weer anderen gebruiken de Heilige Schrift als hun uitgangspunt (bescherming van normen en waarden, leven volgens de regels van God).

Partijen (her)formuleren eens in de zoveel jaar hun grondbeginselen: de waarden waaraan de partij zijn bestaansrecht ontleent en waarop zij al hun besluiten baseren.

Tijdens de Tweede Kamer verkiezing, baseert de kiezer zich – naast natuurlijk altijd de persoon van de kandidaat-volksvertegenwoordiger – op de politieke stroming, de politieke partij die hem of haar het meeste aanspreekt, waardoor hij zich het beste vertegenwoordigd voelt, die de grondbeginselen heeft waar hij zich bij thuis voelt.

Op die manier geven wij een goede invulling aan ons democratisch systeem.

Voor sommige politici is de verleiding groot zich steeds te baseren op de onderbuikgevoelens in de samenleving. Op angsten en onzekerheden van “de gewone man”. Dat noemen we populisme. De populist heeft geen grondbeginselen, heeft vaak slechts one issue; een issue, dat inspeelt op die angsten en onzekerheden van “de gewone man”. Daarmee legt de populist zijn vertegenwoordigende rol, en daarmee zijn verantwoordelijkheid, in handen van Maurice de Hond.

Zo niet Jolande Sap. Op 18 april 2010 hebben de leden van GroenLinks op het verkiezingscongres besloten dat Nederland bij moet dragen aan een democratische, veilige rechtsstaat in Afghanistan. In het verkiezingsprogramma staat dat Nederland politietrainers moet leveren aan de EU-opleidingsmissie in Afghanistan. Later die maand heeft GroenLinks in de Tweede Kamer samen met D66 een motie ingediend. De motie riep de demissionaire regering op om de behoefte aan civiele politietraining en –opleiding in kaart te brengen. Het zou moeten gaan om een missie die een bijdrage levert aan de wederopbouw van de rechtstaat in Afghanistan.

Jolande Sap en de fractie van Groen Links – zoals ook die van D66 – hebben zeer kritisch gekeken naar de uitvoering van die motie door de regering. Sap heeft zich niet laten leiden door Maurice de Hond, zelfs niet door het partijcongres, maar heeft onderzocht, doorgevraagd, onderhandeld, totdat het regeringsvoorstel en de toelichting daarop voldoende paste bij de politieke grondbeginselen van Groen Links: Internationale solidariteit en sociale rechtvaardigheid; zonder discriminatie, racisme, seksisme en andere vormen van onderdrukking. Ook Afghanen dienen beschermd te worden tegen argwanende en autoritaire overheden en dienen zicht te hebben fundamentele rechten en vrijheden, op vooruitgang en wederopbouw.

Jolande Sap heeft invulling gegeven aan de representatieve democratie op een manier zoals alle volksvertegenwoordigers dat zouden moeten doen: besluiten op basis van politieke grondbeginselen, niet op basis van onderbuikgevoelen en angsten in de samenleving en is daarmee een verademing in een politiek speelveld, dat meer en meer gedomineerd wordt door populisme.

Twitter in de raadszaal: storend of een aanwinst?

Tijdens de Houtense raadsvergadering van 16 november 2010 is er door een aantal raadsleden zeer intensief getwitterd. Zo intensief dat er een berichtje over in de krant stond en en de gehele reeks tweets is gepubliceerd op de website van Jock Rensen.

Reden om eens stil te staan bij de wenselijkheid van twitteren tijdens de raadsvergadering. Deze discussie heeft afgelopen week dan ook plaatsgevonden in het seniorenconvent, de vergadering voorzitters van de raadsfracties.

Enerzijds zou je kunnen zeggen: het werkt verstorend als mensen tijdens de vergadering met hun telefoon, laptop of iPad bezig zijn. Het lijkt alsof iemand niet met zijn aandacht bij de vergadering is. Er kan zelf een soort schaduwvergadering ontstaan in twitterspace. 

Anderzijds zijn sociale media niet meer weg te denken uit het politieke speelveld van tegenwoordig. Een zeer groot deel van de Nederlandse politici twittert, heeft een facebook of hyves pagina en/of blogt. In Houten is dat ook het geval en ik denk dat dat veel toegevoegde waarde heeft. Twitter is een prachtig medium om de afstand tussen inwoners en raad te verkleinen. Dat de hedendaagse techniek het toelaat om bewoners live op de hoogte te houden van de gebeurtenissen en de duiding daarvan tijdens de raadsvergadering, maakt de politiek alleen maar interessanter. Niet voor niets is twitteren in de Tweede Kamer ook al enige tijd gebruikelijk.

Ik denk dat raadsleden heel verstandig met dit medium om kunnen gaan. Dat is dan ook hun eigen verantwoordelijkheid, waar zij zo nodig op aangesproken kunnen worden door collega-raadsleden.

Ik ben het er helemaal mee eens dat er geen “schaduw-vergadering” dient te ontstaan. Misschien dreigde het tijdens de vergadering van 16 november een beetje die kant op te gaan, maar dat was dan ook een experiment, waar we ook van kunnen leren. Ook dient het twitteren de woordvoerders natuurlijk op geen enkele wijze te storen.

Ik ben het er uiteraard mee eens dat vergaderdeelnemers alle aandacht dienen te hebben bij hetgeen besproken wordt. Zoals Jocko in zijn blog ook al aangeeft, ben je tijdens het twitteren juist heel intensief met de inhoud bezig; net als iemand die aantekeningen maakt.

Overigens geldt al het bovenstaande natuurlijk evenzeer voor het college.

Ik zal het twitteren tijdens de raadsvergadering dan ook voortzetten, waarbij ik bovenstaande uitgangspunten in acht zal nemen. Ook van anderen heb ik dit voornemen inmiddels vernomen.
Als iemand van mening is dat ik mij niet aan deze “gedragsregels” houd, word ik daar graag op aangesproken. Op die wijze denk ik dat twitter een waardevolle toevoeging kan zijn, zonder dat dat de orde van de vergadering verstoort.

(dit artikel is in aangepaste vorm eveneens gepubliceerd op www.LiberaleMedia.nl)